Ben ik slecht genoeg?

Ja, dat klinkt best gek toch? Ik zal het je uitleggen. Ik train wekelijks zo’n twintig uur - naast mijn werk voor de foundation en mijn opleiding tot haptotherapeut - om mijn droom & doel te behalen: de Paralympische Spelen van LA in 2028.

Om in het paralympische veld uit te komen heb je een beperking nodig. Mijn beperking is jeugdreuma, dat begon op achtjarige leeftijd en is progressief (het wordt slechter). Mijn jeugdreuma uit zich voornamelijk in mijn beengewrichten, dit betekent een zeer beperkte mobiliteit en veel pijn. Ik ben van nature geen hardloper, zeg maar.

Elke paralympisch sport heeft een ander systeem van classificeren (meten of je beperkt genoeg bent om in het paralympische veld uit te komen). In het zwemmen kennen we veertien klassen, S1 t/m S14. Sporters die uitkomen in de klassen S1 tot en met S10 hebben een lichamelijke beperking, waarbij S1 staat voor ‘zeer beperkt’ en S10 voor een lichte beperking. S11 (zeer slechtziend tot blind) t/m S13 (slechtziend) zijn er voor de visueel beperkten en sporters in de klasse S14 hebben een verstandelijke beperking.

Ik kom uit in de S10, de klasse voor zwemmers met een lichte beperking. Anderhalve week geleden moest ik opnieuw een classificatie ondergaan. Dit heb ik altijd als een een spannend proces ervaren. Naast dat de personen die je classificeren je onbedoeld pijn doen door je lichaam in alle graden en hoeken neer te zetten (pijn is niet te meten) - wat niet bepaald prettig is voor iemand met jeugdreuma - bepaalt het je carrière. Blijf je in je klasse, dan kun je in het paralympische veld blijven uitkomen, zo niet, dan stopt het. Dat zou kunnen betekenen dat een paralympische droom uiteen spat, ik heb het helaas maar al te vaak om mij heen meegemaakt.

Na een twee uur durende classificatie kreeg ik de uitslag: S10/SB9/SM10 met de code 12+. Opluchting overheerste. Deze codes betekenen dat ik mag blijven uitkomen als paralympisch zwemmer en de route naar LA wordt vervolgd!

Ook is er ander gevoel: confrontatie en verdriet. Deze uitslag benadrukt nog maar eens dat ik een beperking heb, ik kan er niet omheen. Ik voel mij van jongs af aan erg kwetsbaar, het gevoel dat ik - met mijn jeugdreuma - anders ben, er niet bij hoor. Jeugdreuma is de ziekte die zich in mij afspeelt, ik heb geen zichtbare prothese of een blindegeleidestok.

Ik ben blij dat deze stap erop zit. Een goede vriendin leefde mee, stuurde mij voorafgaand dit: ‘Gek dat die Spelen de grote wedstrijd vertegenwoordigen, maar eigenlijk speelt alles zich vooraf af. De onzichtbare strijd die al jaren ervoor begint.
Ze had het niet beter kunnen verwoorden.

Als deze column je iets heeft gebracht, kun je iets terugdoen. Doneer en draag bij aan maatschappelijke initiatieven en het team van topsporters 🌊 Elke bijdrage is welkom.

Vorige
Vorige

Strak regime

Volgende
Volgende

Introspectie is sexy