Hartkloppingen
Afgelopen week liep de emmer over. Wanneer ik rustig ging zitten, liggen of op welke manier dan ook een momentje voor mijzelf nam zat er iets in de weg: het geklop van mijn hart. Uiteraard heel fijn dat mijn hart klopt, elke dag ben ik het erg dankbaar, maar de intensiteit waarop deze klopt is erg onprettig. Om een beeld te schetsen: mijn nachten werden gevuld met woelen en draaien en overdag voelde ik me opgejaagd, alsof mijn lichaam in een constante staat van paraatheid verkeerde.
Dit alles had maar één oorzaak: mijn astma-medicatie. Ironisch, toch? De medicijnen die mijn longen moesten bevrijden, hielden de rest van mijn lichaam in een greep.
Ik heb inspanningsastma. Dat betekent dat mijn longen protesteren wanneer ik ze het hardst nodig heb, vooral in het zwembad. De oplossing daarvoor leek simpel: medicatie. Met een paar pufjes kon ik trainen als iemand zonder astma. Ik begon vrijer te ademen, mijn prestaties verbeterden (mooi meegenomen), de cijfers in (en buiten) het water spraken voor zich. 1 + 1 = 2, zou je denken. Maar zo simpel is het niet.
Want naast het vermogen om vrijer te ademen, kreeg ik er ook hartkloppingen van. Een opgejaagd gevoel. Slechtere slaap. Dat zijn bekende gevolgen van het gebruik van astma-medicatie. Mijn lichaam leek zich te verliezen in een neerwaartse spiraal. Mijn astma was onder controle, maar met mij ging het een stuk minder.
Ik ben allesbehalve tegen medicatie. Op cruciale momenten heb ik er veel aan gehad. Maar ik ben kritischer geworden. Waar ik vroeger elke dag zware medicatie nam voor mijn reuma, gebruik ik nu niets meer. Niet omdat ik tegen ben, maar omdat ik op onderzoek ben gegaan naar alternatieven. Mijn moeder en zus hebben me geholpen dit pad te bewandelen: via voeding, stressregulatie, slaap en andere natuurlijke manieren.
Dus trok ik eigenhandig de stekker uit mijn astma-medicatie. Geen pufjes meer. Geen opgejaagd gevoel meer, ik slaap weer zoals eerst en voel ik me een stuk rustiger. De astma-klachten zijn terug: balen. Nu ga ik opnieuw het gesprek aangaan met de arts. Zijn er alternatieven? Natuurlijkere opties? We gaan het zien.
Misschien is 1 + 1 niet altijd 2. Misschien is het tijd om een andere rekensom te maken.