Een spoedcursus zwembadetiquette
Vanmorgen had ik een training waarop ik al het geduld dat ik heb bij elkaar moet rapen. Niet door zware intervallen of eindeloze sets, maar door de klassieke ergernissen van het banenzwemmen. Niet met mijn teamgenoten van ZC Zeist – die kennen de ongeschreven regels – maar met de recreatieve zwemmers, waar ongeschreven regels vaak… laten we zeggen: onbekend blijven.
Inhalen, bijvoorbeeld. Het is eenvoudig: ben je langzamer? Laat iemand er langs. Maar blijf daarna gewoon in je eigen tempo zwemmen. Wat ik vanmorgen zag? Iemand die me netjes liet passeren om daarna in mijn slipstream weer te versnellen. Geen probleem, denk je dan, tot je merkt dat elke keerpunt weer een sprint wordt om “ervoor te blijven.”
En daarover gesproken: keerpunten. Je nadert de muur, je zet je laatste slag in, en precies op dat moment voelt iemand achter je de onbedwingbare drang om zich ook af te zetten. Gevolg? Botsende armen, gebroken flow, en frustratie. Waarom niet even een seconde wachten? Laat degene voor je draaien en volg dan pas. Het is een kleine moeite, maar een wereld van verschil.
Dan was er nog degene die dacht: “Ik ga vlak achter je aan vertrekken.” Op zich niet erg, maar wat er vervolgens gebeurde... Ik voelde bij bijna elke slag een tik tegen mijn voeten. Niet één keer, niet twee keer – maar baantje na baantje. Natuurlijk mag je iemand inhalen als je sneller bent, maar blijf niet hangen in die frustrerende middencategorie van nét te dichtbij.
Zwembadregels zijn niet ingewikkeld. Ze gaan over rekening houden met elkaar. En ja, als je gewend bent aan de dynamiek van teamtrainingen, waar iedereen in dezelfde flow zit, is het misschien nóg frustrerender om tussen zwemmers te zwemmen die alleen hun eigen doel voor ogen hebben.
Maar toch. Elke baantjesochtend herinnert me eraan dat zwemmen niet alleen fysiek is, maar ook mentaal. Het is een oefening in geduld, in focus en in het waarderen van kleine overwinningen – ook als die overwinning is dat je niemand uit pure frustratie hebt opgeslurpt tijdens een keerpunt. 😉